Geld, geldcreatie, inflatie , indexkoppeling

In discussies over diverse onderwerpen, zoals bv de “indexkoppeling” der lonen, komst dikwijls de “inflatie” ter sprake. Zonder echter duidelijk te definiëren waar het juist over gaat worden er dan oplossingen voorgesteld.
Welke belangen schuilen er achter dit gebrek aan juiste informatie ?
Wat is eigenlijk deze "inflatie" waar men het altijd over heeft?
Inflatie is per definitie het vergroten van de geldhoeveelheid die in omloop is (Engels: to inflate).
Maar dat bedoeld men niet. Bij politici, en blijkbaar ook bij commentatoren, moet men altijd zoeken naar het verschil tussen wat zij zeggen en wat zij bedoelen.
Meestal heeft men het over "geldontwaarding" maar dat spreekt men liever niet uit. Er wordt liever mist gespoten zodat de werkelijkheid verborgen blijft en de politici kunnen handelen naar eigen goeddunken.
Men heeft het dus liefst over “inflatie” als iets dat behoort tot de natuurwetten, zoals de zwaartekracht bv, wat ons overkomt zonder dat wij daar de hand in hebben of iets aan kunnen veranderen. Niets is echter minder waar. Voor een deel is de geldontwaarding een politieke beslissing en dus per definitie een beslissing door politici.
Om de geldontwaarding te compenseren is er voor de werknemers in loondienst een "indexkoppeling".
Maar van waar komt nu eigenlijk die geldontwaarding?
Dat kan verschillende oorzaken hebben, stijging van belastingen, stijging van de prijs van grondstoffen, stijging van lonen en of loonkosten, enz.. . Zowat alles dus dat de koopkracht verminderd.
En dus ook, hier komt het dan, inflatie (expansie van de geldhoeveelheid).
Wat heeft de geldhoeveelheid te maken met de evolutie van de prijzen en dus de geldontwaarding?
Eigenlijk zouden, door de nog steeds stijgende productiviteit (GDP per werkuur http://en.wikipedia.org/wiki/Productivity ) de prijzen van consumptiegoederen moeten dalen, als alle andere factoren constant zouden blijven.
Sommige economen menen echter dat dit slecht is voor een economie omdat dalende prijzen niet aanzetten tot consumptie.
Indien men vandaag 1000 Euro spaart (zonder rente) dan heeft men volgend jaar een hogere koopkracht gewoon door de productiviteitsstijging en de daarmee gepaard gaande prijsdaling van de producten.
Daarom wordt er iets teveel "geld gecreëerd" ( inflatie) om het geld dat in omloop is te ontwaarden en zo consumptie te stimuleren. Uw 1000 Euro zal volgend jaar dus minder koopkracht hebben.
Bovendien is geldontwaarding een extra bron van inkomsten voor wie schulden heeft, de schuld neemt als het ware vanzelf af. Voor de overheid betekent dit een "inflatietax". http://en.wikipedia.org/wiki/Inflation_tax Inflatie (geldcreatie) is dus een vorm van belasting.
bv: De obligatielening 1923 - 1913 met een rente van 4 % is nu een factor 210 ontwaard of, wie toen 210 miljoen BF investeerde heeft daar nu 1 miljoen koopkracht van over.
De indexkoppeling van de lonen van werknemers is dus gedeeltelijk een compensatie voor een belasting opgelegd door de overheid, voor zover dat de geldontwaarding resultaat is van de inflatie.
Waarom zou dat afgeschaft moeten worden? Werken is al zeer zwaar belast.
Een andere optie is de geldcreatie te reguleren. Dit gebeurt nu door een limiet te zetten op het “overheidstekort”. Overheidstekort klinkt alleszins beter dan geldcreatie door de politici, het is nochtans hetzelfde.
Daar de moderne geldcreatie (uit het niets) gebeurd door schuld aan te gaan door de uitgifte van staatsobligaties, waar de burger bovenop het terug te betalen bedrag ook rente op moet betalen aan de banken, volstaat het een rem te zetten op de schuld.
In Zwitserland en Duitsland noemt dat de "Schuldenbremse"  http://de.wikipedia.org/wiki/Schuldenbremse die blijkbaar met goed resultaat ingezet wordt maar heel wat soepeler is dan een gewone limiet.
Vandaar denkelijk dat de vakbonden ook geen duidelijkheid propageren. Enerzijds eisen zij meer overheidsuitgaven waardoor de geldontwaarding toeneemt en anderzijds wordt dan door allerlei instanties de compensatie van deze geldontwaarding voor de loontrekkenden in vraag gesteld.
Het probleem dat overblijft is dan de vraag of bij geldontwaarding door externe factoren, bv de prijs van grondstoffen, ook automatisch in de lonen gecompenseerd moet worden, maar dat is een heel andere vraag.

Fractionele reserve

geldcreatie en geldontwaarding: we hebben gezien dat zolang de geldcreatie (inflatie) slechts de prijsdaling door productiviteitsstijging compenseert dat de geldontwaarding ongemerkt zal blijven.
We moeten ook onderscheid maken tussen "geld lenen" en "kredietgeld". Ik leen geld bv van u, dat is iets dat gij bezit en aan mij overdraagt, mogelijk voor een afgesproken vergoeding.
Schuld door krediet is heel wat anders in ons monetair systeem. Een bank die krediet verleent, ook aan de overheid, heeft dat geld niet maar creëert dat op het ogenblik van de kredietverlening "uit het niets". Er zijn natuurlijk wat regeltjes om mist te spuiten maar dat is de essentie.
Het is nochtans zo dat met de moderne geldcreatie door schuld (de overheid gaat een krediet aan bij de private banken bij middel van de uitschrijving van obligaties) er, buiten de terugbetaling, ook nog rente betaald dient te worden. Deze terugbetalingen verhoogd met de rente wordt via de belastingen geïnd. In die zin kan zelfs deze matige “inflatie” geldontwaarding veroorzaken omdat de belastingdruk verhoogt.
De geldcreatie rechtstreeks door de overheid beperkt zich vandaag nog tot het “baar geld” maar dat is slechts een kleine fractie van wat er in omloop gebracht wordt.
We zien ook dat de wijze van besteding van het gecreëerde geld (inflatie) een invloed heeft op de mogelijke geldontwaarding. Recent zijn er, zowel in de US als in de EU enorme hoeveelheden geld “gecreëerd ” (Quantitative easing) om de banksector te redden. Deze hoeveelheden zijn echter niet in omloop gebracht maar zijn gebruikt om de reserves van de banken te verhogen. Men had gehoopt dat daardoor, door het effect van de multiplicator (fractionele reserve http://en.wikipedia.org/wiki/Fractional_reserve_banking ), de totale hoeveelheid geld nog een veelvoud zou verhogen om de consumptie aan te zwengelen. Dit aspect van de monetaire politiek is echter niet geslaagd maar dit heeft dus wel als gevolg dat de massale geldcreatie op zich, in verhouding, weinig of geen geldontwaarding veroorzaakt heeft.
Overigens is heel die “reserve” een voorbijgestreefde theorie die niet houdbaar is bij enig onderzoek. Dat schaamlapje om die zwendel te bedekken bestaat trouwens niet in grote delen van de wereld (Australie, Canada,.. http://en.wikipedia.org/wiki/Reserve_requirement )

http://www.businessspectator.com.au/article/2012/10/22/commodities/myth-...
http://www.debtdeflation.com/blogs/2009/01/31/therovingcavaliersofcredit/
Kydland & Prescott, Business Cycles: Real Facts and a Monetary Myth, Federal Reserve Bank of Minneapolis Quarterly Review, Spring 1990.

Er is, zoals eerder gesteld, wel het effect dat die nieuw gecreëerde geldhoeveelheid met rente moet terug betaald worden wat natuurlijk door de belastingen moet opgebracht worden.
Dat de geldcreatie door schuld gebeurt, in plaats van gewone geldcreatie door de overheid (kost = ong 1%) wordt geweten aan het historisch slecht beheer van de geldhoeveelheid door de politici.
Of dit correct is wordt wel in twijfel getrokken ( http://www.monetary.org/ ), maar wat wel vast staat is dat de kost van deze “uitbesteding van de geldcreatie” aan de private banken enorm is. Niet alleen moet de geleende som terugbetaald worden (verminderd met de inflatietaks) maar er moet ook een jaarlijkse rente opgehoest worden op dit “uit het niets geschapen” geld.

De kost van dit systeem, ten laste van de burgers, is nog recent berekend door een team van het IMF, en die is enorm in vergelijking met bv het “Chicago plan” of het voorstel van “monetative” http://www.monetative.de/?page_id=71 (allebei 100% reserve systemen) .

The Chicago Plan Revisited
Author/Editor:
Benes, Jaromir ; Kumhof, Michael
 Publication Date:
August 01, 2012
http://www.imf.org/external/pubs/cat/longres.aspx?sk=26178.0

Al is het IMF recent ook niet beroemd geworden voor hun rekenkunde. http://business.financialpost.com/2013/04/18/reinhart-rogoff-austerity-s...

Ik zie wel heil in een systeem van geldcreatie onder het direct gezag van de burgers die zelf, bij beslissend referendum, kunnen vastleggen hoe de geldcreatie, en het monetaire systeem, geregeld moet worden. In elk geval, hoe het systeem ook geregeld wordt, het is de burger die de kosten betaald.

De evolutie naar meer transparantie op de geldcreatie is alleszins ingezet met de invoering van de “schuldenbremse” zoals die in Zwitserland op kantonaal niveau is uitgetest en nu nationaal is doorgevoerd.
Nog niet zo lang geleden konden in de landen en staten met directe democratie de burgers wel ingrijpen op de te heffen belastingen maar het aangaan van schulden door de politici (geldcreatie) viel nog buiten het bereik. Dat is nu stilaan aan het veranderen. De geldcreatie gebeurd echter nog steeds door“ rente verschuldigde schuld” maar dat is maar een kwestie van tijd en inzicht.
In elk geval is “inflatie” en “geldontwaarding” voor een deel een beslissing van de burgers zelf, en dus van de politici in het geval van een representatieve democratie.

Er zijn een aantal voorstellen tot hervorming van het monetair systeem die volgens mij het overwegen waard zijn.
Maar zouden de meeste mensen niet gevonden zijn voor een vaste waarde voor het “geld”? Zoals de meter als lengtemaat, de Newton als meeteenhed voor gewicht , enz?
Reeds in 1936 http://www.hubbertpeak.com/hubbert/monetary.htm steld Hubbert voor om energie als monetaire eenheid te gebruiken.
In Complementair geld is dit reeds een feit als er gebruik gemaakt wordt van “manuren” (Ythaca hours http://www.ithacahours.com/ ) . Het is slechts een mathematische omzetting om van Ythaca hours naar bv Joules of Watt om te zetten. (1 Pk of Paardenkracht = 736 Watt = 73,6 mankracht )
Hubbert is zich ook bewust van de catastrofale gevolgen van de “groei” dwang en de daarmee gepaard gaande fatale “verdubbeling” waaronder onze systemen gebukt gaan. ( http://www.youtube.com/watch?v=F-QA2rkpBSY ) Zijn monetair voorstel ontsnapt dan ook aan deze “groei” dwang.